Zelfdeterminatie theorie (ZDT)

Een universele theorie over motivatie in a “nutshell”

Egmond aan zee was in mei van dit jaar het podium waarin de zevende versie van het ZDT congres werd gehouden. In 4 volle dagen kregen we een deepdive in deze universele motivatietheorie. Het Fontys programma Studiesucces gebruikt deze theorie als fundament onder veel van de ontwikkelde interventies en instrumenten. Ook in het onderwijsveld is deze theorie al lang niet meer het domein van enkel de wetenschappers. Competentie, autonomie en verbondenheid is al wijdverspreid en we hebben het vaak over intrinsieke of extrinsieke motivatie. Een mooi voorbeeld over hoe wetenschappelijke inzichten wél praktisch worden.

Als eerste over die motivatie: plat gezegd, extrinsiek gemotiveerd ben je als je handelt  vanuit een externe prikkel, intrinsiek gemotiveerd ben je als je iets doet vanuit volledige intrinsieke drijfveren. Dit zijn de activiteiten die het bete passen bij jouw interesses en overtuigingen. Een spelend kind vind ik altijd het mooiste voorbeeld van volledig intrinsieke motivatie. Dat spelen hoeft door niemand “aangezwengeld” te worden, het spelen is op zichzelf motiverend.
Uiteraard zouden we het liefste ervoor willen zorgen dat voor studenten het onderwijs op zich al motiverend is. Want als onze studenten intrinsiek gemotiveerd zijn dan verwachten we dat het leren vanzelf gaat. Uiteraard ligt de werkelijkheid maar ook ZDT genuanceerder. Het onderstaande schema is een vertaling van het originele idee van Ryan en Deci (2000).

Eigenlijk is motivatie een soort schaal die loopt van geen regulatie en dus amotivatie naar de befaamde volledige intrinsieke regulatie. Je handelt dus enkel en alleen vanuit persoonlijk voldoening en plezier. Je ziet hierin ook dat extrinsieke motivatie niet één staat van zijn is, maar dat er verschillende typen zijn. En om het complex te maken is deze ook niet altijd in alle situaties en/of tijdstippen hetzelfde.Om niet teveel in detail te treden is er een mooi onderscheid tussen “gecontroleerde” en “autonome” motivatie. Veel van het onderzoek op de conferentie ging over handelingen of strategieën die daarmee gepaard gaan. Welke (omgevings)factoren spelen nou mee zodat de kwaliteit van motivatie verbetert? Dat is best wel wezenlijk want eigenlijk alle onderzoeken wijzen uit dat gedrag vanuit een autonome motivatie ontzettend belangrijk is. Het ondersteunen van autonome motivatie heeft een directe relatie met verhoogd welzijn en het stimuleert individuen om zichzelf duurzaam te ontwikkelen. Maar ook dingen zoals leerprestaties, productiviteit, duurzame gedragsverandering, betrokkenheid, pro activiteit, baantevredenheid, het voorkomen van burn-out en stress klachten en ga zo maar door worden op een positieve manier beïnvloed. Alle reden dus om te onderzoeken hoe we autonome motivatie kunnen ondersteunen.

Autonomie als competentie
Allereerst vond ik het heel verhelderend om te horen dat er gesproken werd over autonomy support- en controlled strategies. Strategieën die of autonome of gecontroleerde motivatie ondersteunen. Denk bij controlerende strategieën aan cijfers geven, bonussen en zoiets als sturende leiderschapsstijlen. Autonomie ondersteunende strategieën passen beter bij het geven van keuzevrijheden en bijvoorbeeld het hebben en uitspreken van vertrouwen.

In onderwijsland wordt er vaak gesproken over het geven van autonomie maar ook de klachten dat studenten/leerlingen weinig gebruik maken van de “geboden” autonomie. Alsof autonomie een eigenschap is die je aan of uit kan zetten. Volgens mij zouden we autonomie meer als een competentie moeten zien. Competenties kan je ontwikkelen. We volstaan dus als docenten, coaches, leidinggevende of managers niet met het “geven” van autonomie. Het ontwikkelen ervan dient ondersteund te worden zodat de persoon gradueel autonoom kan worden.
Daarmee kan je je meteen afvragen wat de lerende/werkende dan van zichzelf nodig heeft om autonoom te kunnen handelen. Als je “autonoom” wilt handelen naar jouw eigen waarden of drijfveren dan moet je deze natuurlijk zelf wel kennen. Anders is het gewoon veel fijner dat iemand anders dat voor je doet. Dan hoef ik de keuzes zelf niet te maken. Herkennen we dit gedrag en geluid in het onderwijs?
Als lerende weten wat je wilt en wat je drijft is dus essentieel om intrinsiek gemotiveerd te kunnen zijn, want dan pas kan je keuzes maken die aansluiten bij jouw intrinsieke behoeftes. Dit heeft dus sterk te maken met jezelf (leren) kennen en daarin ervaringen op doen. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor persoonsvorming of bildung in ons Fontys onderwijs.

Een tweede inzicht wat ik in Egmond aan Zee heb opgedaan is we naast dingen hebben te ondersteunen, aan de andere kant ook dingen niet meer moeten doen. Het dwarsbomen van autonomie, lees meer controlerende strategieën toepassen, heft het ondersteunen van autonomie op. Dus het weghalen van belemmeringen is net zo belangrijk als het ondersteunen.

Hoe dan?
Okay, het is belangrijk en we willen de autonome motivatie ondersteunen. Alleen de vraag is nu, wat zijn nou die autonomie ondersteunende strategieën? Volgens Deci en Ryan (2000), kan je de kwaliteit (autonomere) van motivatie verhogen door aan te sluiten bij de 3 basisbehoeften van de mens: behoefte aan competentie, autonomie en verbondenheid. En ook in deze volgorde. Zorgen dat een persoon zich competent en veilig voelt is voorwaardelijk om aan de volgende basisbehoefte te voldoen. Als je geen vertrouwen hebt in je eigen kunnen en handelen (self-efficacy) dan staat dat in de weg om echte autonome beslissingen te nemen. Hier hebben docenten en leidinggevende natuurlijk een hele mooie ondersteunende rol in. Logisch dat het door docenten of leidinggevende uiten van vertrouwen in iemands kunnen een effectieve manier is om meer intrinsieke motivatie te ondersteunen.
Deze drie basisbehoeften vormen een hele mooie bril om interventies, curriculum inrichting, applicaties, docent handelen, leiderschapsstijlen, enzovoorts door te bekijken en om zo de autonome motivatie te ondersteunen.

Take away
Kortom, om de kwaliteit van motivatie bij onze studenten te verhogen hebben we met ZDT een mooi perspectief. Alleen om dit goed te kunnen ondersteunen hebben wij als docenten ook echt een actieve rol op ons te nemen. Zie autonomie niet als iets wat we kunnen geven maar meer als een te ontwikkelen competentie. Als we de autonomie ontwikkeling ondersteunen en de controlerende strategieën afbouwen dan komt dat ten goede aan de kwaliteit van motivatie.
Om deze toch al lange blog op te volgen zal ik in een tweede blog wat dieper ingaan deze controlerende- en autonomie ondersteunende strategieën en hoe dat er in onderwijssituaties uit kan zien.
Ter afsluiting kan ik het niet beter zeggen dan professor Ryan zelf: “In a nutshell SDT is a pretty good theory”.

Meer informatie:
Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55, 68-7 (link)

De officiële website https://selfdeterminationtheory.org (Inc. diverse gevalideerde vragenlijsten)

Fontys portal over studiesucces: https://fontys.nl/studiesucces

 

FavoriteLoadingVind ik leuk

Over Lars Veerhoff

Lars werkt in Venlo bij FIBS als onderwijskundige en is betrokken bij diverse Fontys netwerken. Hij heeft een enorme passie voor leren en ontwikkelen. Met een onderwijswetenschappelijke achtergrond en meer dan 15 jaar onderwijservaring (speciaal ow, vo & hbo) probeert hij door onderzoek en begeleiding een steentje bij te dragen aan de verbetering van hét onderwijs.