Iedere dag leren we, gepland of ongepland zonder hulp van een formele opleiding. We kunnen er niks aan doen, het overkomt ons gewoon. Voordat we het goed en wel in de gaten hebben, hebben we weer geleerd. De verhouding wordt zelfs geschat op 20% formeel leren en 80% informeel leren.

Leren doet iedereen, continu en vaak nog met plezier ook. Hiervoor bestaan geen vaste plekken, momenten of recepten die voor iedereen hetzelfde werken. Wanneer we toch een standaard recept gebruiken dan is dit misschien wel efficiënt maar niet noodzakelijk effectief.

Zo kan het dan gebeuren dat voor (te) veel  studenten onderwijs een kwestie is van zwoegen, afvinken en doorzetten met het papiertje als verlossend uitzicht. Betekent dit dat deze studenten niet van leren houden, niet (kunnen) leren of niet ondernemend zijn? Nee! Vraag die ogenschijnlijk ongemotiveerde studenten maar eens naar wat ze allemaal in hun ‘vrije’ tijd doen en je zult verstelt staan van wat onze studenten allemaal weten, durven en doen. Toch ontvangen ze geen cijfers of diploma voor al dat informele en non-formele leren.

Leren

Leren en ‘een goed student zijn’ is zoveel meer en divers dan alleen naar school gaan of een opleiding volgen en doen wat er van je verwacht wordt. Leren kent verschillende dimensies, emeritus hoogleraar onderwijs en opleidingspsychologie Simons beschrijft acht dimensies, teveel om in deze blog goed toe te lichten. Simons definieert leren als volgt:

het ontstaan of tot stand brengen, door middel van het selecteren, opnemen, verwerken, integreren, vastleggen en gebruiken van en het betekenis geven aan informatie door individuen, groepen of (deel)organisaties, van relatief duurzame veranderingen in kennis, houding en vaardigheden en / of in het vermogen om te leren. Deze veranderingen resulteren – mits de condities daartoe aanwezig zijn –
in veranderingen in arbeidsprocessen en -resultaten bij individuen, groepen en / of de (deel) organisatie.

Hiernaast wordt er in de literatuur onderscheid gemaakt tussen formeel leren (gepland en gestructureerd) informeel leren (ongepland en weinig gestructureerd) en non-formeel leren (gepland en semi-gestructureerd). Non-formeel leren wordt daarom tussen formeel en informeel leren in geplaatst.

Het goud ligt op straat

Leren kent dus vele verschillende verschijningen en resultaten. Wanneer je een nieuw recept kookt of muziek maakt leer je. Wanneer je reist, een nieuwe plek bezoekt en nieuwe mensen ontmoet leer je. Wanneer je niet weet hoe je iets aan moet pakken en je niet bij de pakken gaat neerzitten dan leer je. Wanneer je onverwacht iets nieuws ervaart of wanneer je fouten maakt dan leer je. Het is juist in deze situaties dat je het meeste lijkt te leren en dat zonder eerst een les te volgen of een boek te lezen. Interessant is dat deze leerervaringen bij velen vaker bijblijven als leerzame, gedrag veranderende momenten dan de ingeroosterde lessen op school.

Niet kwalificeren maar leren

Het is niet dat we in het formele onderwijs het belang van informeel en non-formeel leren niet inzien. Het erkennen en waarderen van informeel en non-formeel leren stelt ons echter wel voor uitdagingen binnen de huidige kaders van het onderwijs. Je hebt dan misschien wel de verhalen over bijzonder leerzame ervaringen maar waar is het formele bewijs? In een formele omgeving is er behoefte aan bewijs.

Lector Dominique Sluijsmans  van Zuyd Hogeschool verwoordt wat leren wel en niet is en de rol van toetsen in een interview door Science Guide.

“Het antwoord op de vraag: heb je iets geleerd, moet niet meer afhangen van of je een voldoende hebt gehaald.” Het moet volgens Sluijsmans over een ontwikkeling op een groter niveau gaan. “Er is pas sprake van leren als er een verandering in het lange termijn geheugen en gedrag heeft plaatsgevonden.”

Het feit dat kwalificeren en leren in het huidige onderwijs nog zodanig met elkaar vervlochten zijn is volgens Sluijsmans een inherent conflict. Liever zou ze zien dat scholen zich louter zouden richten op het leerproces. Haar ambitieuze doelstelling geeft ze als volgt een concreet doel: “Het liefst zou ik zien dat een curriculum maar een moment van toetsing krijgt – helemaal aan het einde – dat vooral ceremonieel van aard is.”

Daarom werd ik ook erg enthousiast toen Fontys collega Robert Schuwer, lector Open Educational Resources,  verbonden aan het Fontys thema Learning Society vertelde over een onderzoek binnen Fontys naar micro-credentialing; een manier om leren als een langdurig proces te zien wat in kleine stapjes opgedeeld en gewaardeerd kan worden zonder hier per se een summatieve toets of cijfer aan op te hangen. Dit waarderen kan bijvoorbeeld door de stap te maken van micro-credentialing naar kwalificatie voor een diploma.

Maar voordat ik daar meer over vertel eerst kort wat toelichting over micro-credentialing en open badges.

Micro-credentialing en open badges

In de white paper open badges en micro-credentialing van Surf (2016) wordt micro-credentialing omschreven als het opknippen van het onderwijs in kleinere eenheden die afzonderlijk gecertificeerd worden. De toegevoegde waarde van open badges wordt vervolgens omschreven als:

Wereldwijd zijn er steeds meer opleidingsinstituten, trainingsbureaus en  (ICT-)bedrijven die digitale badges toekennen aan cursisten. Die ontwikkeling past  bij een leven lang leren en flexibilisering van het onderwijs. Studenten beschikken steeds vaker over eerder of elders verworven competenties en kennis die relevant zijn voor hun studie. Zij willen hiervoor erkenning of vrijstellingen binnen hun opleiding. Digitale badges vormen het gereedschap om aan deze behoefte te voldoen.  Vooral open badges (gemaakt volgens een open standaard) zijn hierbij bruikbaar. Dankzij die open standaard kunnen badgehouders digitale badges verzamelen en gecombineerd tonen. (Surf,2016)

Op openbadges.nl worden  open badges omschreven als “een visueel, digitaal en betrouwbaar bewijs van een vaardigheid of competentie die je hebt verworven’’, zie openbadges.nl voor meer informatie over open badges.

Een leven lang iedere dag leren

Mijn inziens kunnen we het potentieel van informeel en non-formeel leren veel beter benutten en waarderen binnen het formele onderwijs. Hoe mooi zou het zijn wanneer we als formeel onderwijs (nog) meer oog en waardering hebben voor een leven lang leren dat al begint voor het behalen van een diploma van een formele opleiding of dit nu bo, vo of ho is. Ik heb het dan over het leren dat continu, dag in dag uit, binnen en buiten de opleiding plaatsvindt. Dit biedt de kans om het hbo flexibeler in te richten, nieuwsgierigheid de ruimte te geven, meer talentgericht te ontwikkelen en meer autonomie en keuzevrijheid aan te bieden; voorwaarden die bijdragen aan intrinsieke motivatie; de motor achter (willen) leren. Micro-credentialing en open badges bieden nieuwe mogelijkheden voor het zichtbaar maken van het alledaagse en leven lang leren. Maar in hoeverre is dit al een haalbare oplossing in het onderwijs?

Verhalen uit de praktijk

Via lector Ger Post van het Fontys lectoraat Business Entrepreneurship werd ik in contact gebracht met twee medewerkers van Brainport Development, Hans Vasse en Mira Dreessen. Hans Vasse werkt gedeeltelijk bij Brainport Development en gedeeltelijk bij het Jan van Brabant College in Helmond. Een mooie hybride loopbaan. Hans Vasse is bij het Jan van Brabant College projectleider van het open badges project. Mira Dreessen werkt bij Brainport Development als projectmedewerkster aan een project over micro-credentialing en de kansen die dit biedt voor de Brainport regio. Hieronder de visie van deze drie personen op micro-credentialing en het gebruik van open badges.

Jan van Brabant College

Het Jan van Brabant College (JvBC) een vo-school in Helmond die naast een mavo, havo en vwo opleiding ook tweetalig onderwijs aanbiedt. JvBC werkt dus al met open badges, ze gebruiken open badges onder anderen voor persoonlijke ontwikkeling, maar ook voor internationale mobiliteit van leerlingen, voor het vak programmeren en in samenwerking met Brainport kunnen studenten de Brainport open badge verdienen door deel te nemen aan Brainport challenges. Hieronder kort wat toelichting bij deze voorbeelden uit de praktijk.

Internationalisering

Als echte Brainport school en aanbieder van tweetalig onderwijs is het Jan van Brabant College actief op het vlak van internationale mobiliteit van leerlingen en docenten. Een bekend verschijnsel is dat leerlingen na een buitenlandverblijf terugkomen en aangeven veel, heel veel geleerd te hebben. Dit wordt enthousiast beaamd door de ouders van de betreffende leerlingen, maar heel veel concreter dan dat wordt het niet, ondanks de leerzame en vaak leven veranderende ervaring. Via de open badge, kunnen studenten hun ontwikkeling pre-departure, during stay en on return bijhouden en zichtbaar maken voor anderen. Studenten worden geholpen bij het invullen van de open badges door opdrachten zoals: 1) Me, myself and I: toon de vijf selfies die je op de leukste plaatsen hebt gemaakt. Leg uit waarom je juist deze selfies hebt gekozen. 2) toon jouw leefomgeving in het buitenland en interview jouw gastouder over hoe zij jou als gast ervaren. 3) geef les op een school. Het bewijs is geen lesopname van een uur, maar een groepsselfie met de klas en de leerling zelf.

Persoonlijke ontwikkeling

Dankzij het invoeren van micro-credentialing met de focus op competenties en meer persoonlijke ervaringen en interesses werd het mogelijk om de ‘traditionele’ beroepsoriëntatie om te zetten naar zelfonderzoek. Aangezien het onbekend is welke beroepen er in de toekomst zullen bestaan, wordt het relevanter om je persoonlijke interesses en talenten te kennen, deze in te kunnen zetten en naar je persoonlijke ontwikkeling te kijken. Goede vragen die hier worden gesteld zijn o.a. in welke richting wil je werken in plaats van welk beroep wil je? Hoe lang heb je deze interesse al? Welke interesse heb je langer dan zes jaar? Jongeren willen vaak veel geld verdienen en niet in een blauwe overal rondlopen. De langdurige interesses van leerlingen zeggen vaak meer over de werkelijke interesses van een leerling.

Voor alle vakken en thema’s geldt dat leerlingen hun eigen leerpad kunnen invullen, hier ben je erg vrij in. De leerling bepaalt zelf de manier en het niveau. Het is een vrijere manier om jezelf te leren kennen.

Brainport Development

Brainport is geïnteresseerd in micro-credentialing omdat de meeste werkgevers meer geïnteresseerd zijn in het werkniveau van een persoon dan zijn diploma’s. Zo kan iemand Frans eindexamen hebben gedaan op vwo niveau. Dit zegt echter nog weinig over het precieze niveau waarop iemand Frans spreekt, leest en schrijft. Door middel van bijvoorbeeld een video opname en gedicht kan een bedrijf beter inschatten wat het werkelijke niveau van deze persoon is.

Door het open karakter van de badges, kan het ingezet worden als een krachtig matching instrument tussen studenten en werkgevers al voor het afstuderen en voor werkenden. Open badges zijn maar één optie; een e-portfolio is een andere.

Brainport verkent graag samen met de kennisinstellingen, scholen en bedrijven welke kansen micro-credentialing voor hun organisatie biedt en welke infrastructuur nodig is om breed gedeelde en erkende manieren van micro-credentialing te realiseren. Dit zal tijd nodig hebben. De eerste gesprekken zetten vooral aan tot denken over en het open staan voor een verdere verkenning van de toegevoegde waarde en mogelijkheden.

Fontys Hogescholen

Bij navraag blijkt dat micro-credentialing nog niet erg bekend is binnen Fontys en er ook nog relatief weinig met micro-credentialing gebeurt. Natuurlijk zijn we wel bekend met het fenomeen van Elders Verworven Competenties (EVC’s). Hierbij gaat het over het erkennen van elders formeel verworven competenties middels opleiding of aan de opleiding gerelateerde werkervaring. Wat hier mist is het formeel maken van informeel leren in de brede zin van het woord.

Een mooi concreet voorbeeld van micro- credentialing door middel van open badges is Possible. Possible is een systeem waarbij mensen die zich inzetten voor een socialere, duurzamere wereld gewaardeerd worden. Niet met geld, maar met digitale social credits waarmee ze kortingen en alternatieve beloningen krijgen. Dit  initiatief wordt onderzocht  door vier Fontysinstituten. Voor meer informatie over Possible lees het volgende Bron artikel over dit initiatief.

Intussen vormen zich binnen Fontys wel steeds meer plannen rondom micro-credentialing en open badges. Binnen het thema Learning Society staan de volgende pilots gepland:

Pilot 1. Bij FHICT onderzoeken of het mogelijk is om non-formeel leren buiten Fontys te erkennen in de opleiding

Pilot 2. Inventariseren van het soort kennis en vaardigheden die werknemers in huis hebben, gebaseerd op lopende EVC-trajecten bij verzekeringsmaatschappij CZ en deze relateren aan Fontys-opleidingen.

Pilot 3 heeft betrekking op alumni die in het kader van leven lang leren hun getuigschrift willen actualiseren met micro-credentials.

Pilot 4 heeft betrekking op het accepteren van elders verkregen erkenningen door middel van micro-credentials

De mogelijkheden en uitdagingen van micro-credentialing

In gesprek met Hans, Mira en Robert merk ik vooral het enthousiasme maar ook de realistische kijk op de mogelijkheden maar ook de beperkingen van micro-credentialing en open badges.

Erkenning van open badges

Het Jan van Brabant College investeert in open badges. De hoop is natuurlijk dat deze badges ook erkend worden door vervolgopleidingen en bedrijven in de regio. Fontys is een belangrijke afnemer van leerlingen van het JvBC. Toch is er op dit moment nog geen ervaring met leerlingen die als aanstaande studenten vrijstellingen krijgen op basis van hun open badges. Deze erkenning van de open badges door derden is een belangrijke voorwaarde voor leerlingen om enthousiast(er) te worden over het nut van open badges. Dit maakt het immers duidelijker wat het hen op de kort(ere) termijn oplevert; bijvoorbeeld vrijstellingen bij een vervolgopleiding.

De waarde en kosten van een open badge

Bekende leveranciers van ‘gratis’ open source education zoals  Future learn bieden gratis online trainingen/cursussen aan, maar vragen geld voor het uitgeven van een certificaat.

Op dit moment worden er bovendien nog veel open badges uitgegeven die niet veel meer zijn dan een digitaal bewijs van deelname aan online trainingen en programma’s. Op dit certificaat van deelname staat niet jouw naam, maar het gebruikte e-mailadres. De uitgever van het certificaat kan immers niet garanderen dat jij het was die via jouw e-mailadres deelnam aan een online training. Dit certificaat zegt bovendien nog niks over het niveau waarop jij als deelnemer hebt gepresteerd. Er zijn wel mogelijkheden om zowel het niveau als de garantie dat jij de persoon bent die deze training hebt gevolgd op te nemen in een certificaat. Hiervoor betaal je dan extra kosten.

Daarnaast is een belangrijk aandachtspunt in hoeverre de open badges toegankelijk zijn voor iedereen. Of ze toegankelijk zijn ligt vaak niet aan de techniek maar wie de kosten draagt van de infrastructuur; de uitgever van de badges, de persoon die de badges heeft behaald, of de partij die de badges van een ander in wil zien. Wanneer je als student open badges hebt verdiend tijdens en buiten je opleiding om en je wilt dat deze ook in te zien zijn door potentiële werkgevers kan het gebeuren dat er betaald moet worden zodat anderen jouw ‘open’ badges in kunnen zien.

Vereist nieuw denken  

Bij navraag wat de grootste uitdaging was bij de introductie van micro-credentialing en open badges bij het Jan van Brabant College antwoord Hans Vasse; “het is een nieuwe manier van werken die een nieuwe manier van denken vereist van docenten. Je moet op een andere, vrijere manier opdrachten formuleren; je herformuleert dus de leerdoelen. Je biedt de student de infrastructuur van open badges aan en aantrekkelijke opdrachten, het is vervolgens de verantwoordelijkheid van de leerling of hij de open badge wel of niet invult en op welk niveau. Deze aanpak vraagt om bewustzijn en training van docenten. Bovendien zijn er kartrekkers nodig om te zorgen dat de open badges in de gehele opleiding worden verweven.”

“Het levert meer leereffect op, maar het is ook arbeidsintensief. Een illustratief voorbeeld is internationale mobiliteit. Terwijl dit eerst vooral een ervaring was, wordt deze ervaring en het leereffect daarvan inzichtelijk gemaakt op drie verschillende momenten: pre-departure, during stay en on return. Het bekijken van de badges kost tijd, tijd die we eerst niet hoefden te investeren.”

Robert Schuwer vindt deze reactie herkenbaar. “Ik weet niet of het een andere manier van denken is. De vraag is wat zijn je leeruitkomsten? Wanneer je naast kennis ook gedrag wilt waarderen dan moet je als docent op vaardigheden gaan letten. Dit is vergelijkbaar met wat we hier bij Fontys HogeschooI ICT (FHICT) doen met de Persoonlijke Ontwikkellijn. Dit waren eerst aparte vakken en zijn nu geïntegreerd in bestaande vakken. Een ‘normale’ docent is getraind op vak inhoud, niet op het coachen en waarderen van vaardigheden. Dit los je op door de docent te trainen zodat hij dat ook kan beoordelen. Of je zet er iemand naast die het al kan. Bij FHICT gebeurt nu beiden. Ik denk dat het nuttig is als docenten het beide kunnen, maar gezien de werkdruk is het misschien goed om de keuze te hebben om het samen te doen. Niet iedereen is geschikt om vaardigheid te beoordelen. Als je er geen gevoel voor hebt dan moet je het niet doen.”

Gaan open badges het diploma vervangen?

Alle drie reageren hierop met een volmondig nee. Volgens allen zijn open badges enkel een waardevolle en welkome aanvulling op een diploma dat slechts een algemeen niveau aangeeft. Open badges bieden de mogelijkheid om het niveau en de talenten van een persoon beter te leren kennen en voor de student om zijn eigen ontwikkeling inzichtelijk te maken voor zichzelf en anderen.

Ondersteunen open badges nieuwsgierigheid?

Hans Vasse: “het is niet zo dat open badges nieuwsgierigheid per se bevorderen. Open badges maken in tegenstelling tot veel traditioneel onderwijs nieuwsgierigheid niet onmogelijk. Badges bevorderen dus niet de nieuwsgierigheid maar ondersteunen nieuwsgierigheid wel op alle niveaus, er is grenzeloos meer mogelijk”.

De ervaring van Hans Vasse is dat leerlingen nog niet direct enthousiast worden van het vooruitzicht van een open badge.  “Leerlingen beseffen niet dat later al begonnen is. Ze denken nog niet zo ver vooruit dat ze de waarde van hun open badges zien voor hun toekomst”. Robert Schuwer beaamt dit en benadrukt dat de open badge niet de motivator zal zijn voor leren, intrinsieke motivatie om jezelf te ontwikkelen is de enige goede motivator. Open badges zijn volgens hem vooral een krachtig middel om vaardigheden zichtbaar te maken.

Worden opleidingen dan steeds minder belangrijk?

Ik vroeg het Robert Schuwer. “In de toekomst zullen studenten meer shoppen tussen opleidingen. Is dit wenselijk? Dat laat ik in het midden.”  Een andere optie die ik hem voorleg is het leren in de praktijk in plaats van het volgen van een opleiding. Volgens sommigen leer je hier meer van dan van school. “Als ik een keuze heb dan zou ik kiezen voor een opleiding. In het onderwijs is er meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling.  Natuurlijk ontwikkel je je ook in de praktijk. De persoonlijke ontwikkeling zal dan echter meer eenzijdig gericht zijn op de werkomgeving. Het onderwijs biedt Bildung, een brede ontwikkeling, discussies met peers, relaties met personen die anders zijn dan jij. Het opdoen van deze ervaringen in de jaren dat je volwassen wordt zijn heel belangrijk voor het ontwikkelen van jou tot een kritisch denker”.

Kansen benutten

Micro-credentialing en het gebruik van bijvoorbeeld open badges heeft nog zijn uitdagingen. Het biedt echter de mogelijkheden om meer formatief te handelen en toetsen, informeel en non-formeel leren te waarderen en daarmee meer flexibiliteit en maatwerk aan te bieden in het curriculum. Daarnaast lijkt het bijzonder eer te doen aan de doelstelling van een leven lang nieuwsgierig. Veel goede redenen om het gesprek aan te gaan en de mogelijkheden te verkennen.

 

FavoriteLoadingVind ik leuk

Over Danae Bodewes

Onderzoeker bij Lectoraat Business Entrepreneurship Thema's: ondernemerschapsonderwijs, nieuwsgierigheid, informeel en non-formeel leren