“The sufferers of this syndrome have an irrepressible urge to correct any and all (grammar) mistakes that come within their sight. At times this can be helpful, but at other times, it can be downright inappropriate and mean.” (www.urbandictionary.com)

Iedereen kent het wel, je levert werk in en dan verschijnt de rode pen. Strepen door prachtig geformuleerde antwoorden, of delen van jouw document wat is nagekeken. Het benadrukken van wat niet goed is, rood is fout. Dat is natuurlijk prima als je er om vraagt en van de fouten wilt (en kunt) leren. Vaak gebeurd dit aan het einde van het proces. Het is geen feedback meer voor het leerproces, maar het eindresultaat, een summatieve beoordeling. Dit is typerend voor wat in vaktermen heet “assessment of learning”.

Tijdens een gesprek met studenten (die een visie op veranderend onderwijs aan het ontwikkelen zijn) kwam dit syndroom nogmaals boven drijven, alleen in een andere vorm. Studenten blijken vaak te wachten op rode strepen en kanttekeningen voor bijvoorbeeld onderzoek wat ze aan het doen zijn. Ze verwachten dat de lat voor falen en succes door de buitenwereld wordt bepaald. De docent bepaald toch wat je moet leren? Die weten wat goed en fout is? Of zit het toch anders in elkaar?

Valkuilen

Het is een valkuil waarin veel docenten nog vaak trappen: alles afbakenen, vooraf bepalen en geen speling in het (over)volle schema hebben. De leertrajecten bevatten op gezette tijden verkeerslichten (goed/fout). In detail wordt de inhoud gedeeld met de student, daarna worden de hoogtepunten van de inhoud met teveel slides behandeld. Ieder onderdeel wordt met opdrachten en/of quizjes afgevinkt. Daarmee bewaakt de docent dat alle ‘belangrijke’ stof zeker aan bod komt en dat niemand van het pad kan dwalen, sterker nog, dwalen is falen.

Gaat er iets fout – dan komt het rode pen syndroom aan denderen: docenten springen naar voren, vanuit een goede bedoeling, vanuit ervaring, omdat ze het probleem zelf al eens hebben opgelost. Dat geeft wel wat neveneffecten op het leerproces. Op de eerste plek wordt de spreekwoordelijke rode pen gepakt, er gaat een streep door de ideeën/opvattingen van een student. Daarna geeft de docent “de oplossing”. Dit werpt een beperking op, omdat de oplossing nu opeens rechtlijnig is geworden, er is maar één versie van de waarheid. Het gevolg is dat er een perverse afhankelijkheid wordt gecreëerd met de docent, want “die heeft het antwoord” (en die beoordeeld). Het sluipende effect is dat daarmee het eigenaarschap en de autonomie bij de student is ontnomen.

Inzicht vanuit studenten

Gelukkig ging het in dit gesprek anders – Deze studenten mochten het eigen niveau van succes of falen zelf bepalen. Dat is spannend! Echter, wanneer het lukt –en dat lukt eigenlijk altijd want ze zijn in een dialoog– dan worden de studenten eigenaar van hun eigen leerproces. Zijn ze opeens verantwoordelijk voor de zelf opgestelde en afgestemde (eind)doelen en producten. En effect is dat de studenten nu actief op zoek naar feedback op de ontwikkeling, want ze willen dit leren: ze verkrijgen autonomie.

Deze studenten hebben daarnaast een eigen feedback proces vormgegeven, zei het met de nodige coaching, want autonomie is geen trucje. Gezien het sociale onderwijsconcept vertrekken ze vanuit de waarden die de groep, zelf, heeft vast gelegd. Als coach kan ik dan, wanneer nodig, terugkomen op die waarden mocht iets uit de pas dreigen te lopen. Daarnaast geven de opgestelde doelen en producten het referentiekader de feedback gesprekken. student, coachen en partners uit het werkveld spreken iedere week over de voortgang, ieder (feedback) gesprek is input voor het leerproces. Daarmee toets de student zichzelf het gehele semester, minimaal wekelijks. Dit is longitudinaal en formatief toetsen, in vaktermen “assessment as learning”.

Waarom past “assessment as learning” beter op het moment dat problemen complexer worden? Het simpele antwoord is: er is niet direct een “goed of fout”. Er is een veelheid mogelijke oplossingen en verschillende oplossingsrichtingen of perspectief om naar de uitdaging te kijken. Als een student de ruimte krijgt om uit te zoeken wat belangrijk is en daarin wordt begeleid. Dan worden in die zoektocht alleen al belangrijke ontdekkingen gedaan ten opzichte van het beroepenveld. Ze ontdekken samen, met externe partner en coach, welke kennis, vaardigheden en attitudes nodig is om het beroep goed uit te voeren – en er is ruimte om dat in dialoog vorm geven.

Ga samen op ontdekkingsreis

Leren mag een ontdekkingsreis zijn, liefst met veel zijwegen, mooie uitzichten en een boel doodlopende paadjes. Het hoeft geen voorgeprogrammeerde city-trip, met daarin alleen de highlights, te zijn. Laat de student slenteren door de onderwijs-stad. Ben als docent een gids, die wel inspiratie geeft en tips geeft over de architectuur of mooie plekken, maar als een student gefascineerd raakt door de manier waarop de daken zijn aangelegd, ben dan flexibel en ga samen op zoek naar iemand die daar meer van weet.

Niks leukers als locals leren kennen, die vanuit hun eigen passie naar de wereld kijken. Leren is continu uit de comfortzone komen, ontdekken, niet weten en in onzekerheid leven. Een gids die wel voorkomt dat je gaat zwemmen tussen de piranha’s, dat het misschien verstandig is om het reisdoel op te knippen in etappes, die vanuit ervaring kan spreken welke voorbereiding er gedaan kan worden als je een berg wilt beklimmen en die je zekert terwijl je aan het klimmen bent.

Leren is ‘sensemaking’ (zingeving) van de wereld om ons heen, vanuit verschillende perspectieven; studenten, docenten, experts, bedrijven en organisaties. Dat samen bespreken en soms is het ook ‘sensebreaking’ om door oude patronen heen te breken. Het is weerstand leren bieden aan situaties die je niet verwacht. Het is je leren aanpassen aan verschillende situaties en kwalificeren als professional. Daar is geen rode pen voor nodig!

FavoriteLoadingVind ik leuk

Over Dries van den Enden

Docent Fontys ICT - iFontys lid - Oprichter van de minor Data Driven Business Lab - Voorstander van student gecentraliseerd onderwijs (SEAL)