De afgelopen weken vielen een paar dingen samen. Ik woonde de jaarlijkse conferentie van de Vereniging Hogescholen in Den Bosch bij. Ook nam ik deel aan een interne sessie van de Sporthogeschool én ik bracht een bezoek aan Fontys Hogeschool ICT.

Thema van de VH-conferentie was ‘De toekomst van het hbo’, met veel aandacht voor de mondiale doelen van de Verenigde Naties: de Sustainable Development Goals (SDG). Ooit was het mijn core business om aan mondiale ontwikkelingsdoelen te werken, dus dit thema spreekt mij zeer aan. De SDG richtten zich voorheen vooral op ontwikkelingslanden, maar sinds 2015 op de hele mondiale gemeenschap. De doelen moeten ertoe leiden dat onze planeet en alles wat op aarde leeft, zich toekomstbestendig kan ontwikkelen. Voor organisaties die er toe willen doen, zoals hogescholen, zijn de SDG dan ook impliciet met hun maatschappelijke opdracht verbonden.

Hartstikke mooi dus dat alle hogescholen expliciet hun handtekening hebben gezet onder het SDG Charter.

De VH-conferentie is ook een soort van reünie. Ik ontmoette allerlei mensen die me nog kennen als internationaal consultant van Stoas, directeur van Nuffic of bestuurder van Aeres. En, is de vraag dan vaak: beetje geland daar bij Fontys? Beetje naar de zin daar tussen die zuiderlingen? Smaken de worstenbroodjes?

Het antwoord is drie keer ‘ja’.

Maar er is meer dan worstenbroodjes. Het is vooral erg leuk om bij Fontys te werken omdat het ‘waarom’ van onze organisatie veel overeenkomsten vertoont met het ‘waarom’ van mijn eerdere werkzaamheden. Fontys is heel breed qua inhoud. Dit stelt onze hogeschool ook in staat om aan grote maatschappelijke uitdagingen te werken. Ons zwaartepunt TEC for Society moet dit mogelijk maken, waarbij TEC staat voor Technology, Entrepreneurship and Creativity. We hebben vervolgens dit zwaartepunt opgeknipt in vijf thema’s waar wij meerwaarde kunnen bieden: Creative Economy, High Tech Systems & Materials, Learning Society, Smart Society, en Health.

Tijdens het verorberen van de lunch vroegen mijn gesprekspartners wat de grootste uitdagingen bij Fontys zijn. Daar had ik een snel en duidelijk antwoord op: het praktijkgerichte onderzoek. Daar kunnen en moeten wij bij Fontys echt meer werk van maken. De buitenwereld vraagt er ook om.

Zeker, onze maatschappelijke impact is groot via onze alumni, maar het onderzoek kan die impact aanzienlijk vergroten. Meer impact op de regio’s waar we in werken, meer impact op de vakgebieden waarbinnen we acteren. Fontys kan bovendien ook landelijk en internationaal door onderzoek meer betekenen.

Ook intern biedt kwalitatief hoogstaand onderzoek veel voordelen. Het heeft namelijk een versnellend en versterkend effect op zowel het bachelor- als het masteronderwijs. Die driehoek bachelor-master-onderzoek mag wat mij betreft wel op meer plaatsen in Fontys een stevige plek krijgen.

Onderzoek is dus de verantwoordelijkheid van een instituut en niet van een lectoraat alleen.

Praktijkgericht onderzoek is natuurlijk alleen praktijkgericht als het nauw verbonden is met het werkveld. Die verbinding van aanbod en vraag is ook nog een ontwikkelpunt: het vergt andere processen maar ook andere vaardigheden binnen Fontys, maar ook binnen het werkveld. Dat is hard werken, maar er gebeurt op dat terrein al heel veel, zeker binnen de vele hybride leeromgevingen.

De maatschappelijke vraagstukken die op ons afkomen zijn zonder uitzondering complex en multidisciplinair. Willen wij daar echt antwoorden op formuleren, dan moeten onze onderzoekers twee eigenschappen hebben: sterk zijn in hun discipline én in staat zijn multidisciplinair samen te werken. Even terug naar het begin van dit stukje: bij FHICT deden studenten onderzoek naar de ontwikkeling van apps voor sporters. Dit onderzoek maakt deel uit van een breder onderzoek dat FHICT samen doet met de Sporthogeschool.

Deze samenwerking is de filosofie van TEC for Society.

En multidisciplinair samenwerken vormt ook de uitdaging die de SDG aan ons stellen.

Waar ik de komende tijd het gesprek over wil gaan voeren: hoe richten wij ons onderzoek programmatisch zo in, dat wij het verschil gaan maken? Hoe houden we het onderzoek binnen die instituten dicht bij het onderwijs, maar tegelijkertijd ook zo verbonden met andere instituten, werkveldpartners en externe samenwerkingspartners dat we maatschappelijk effect sorteren?

Nadat ik enkele eerstejaars studenten van FHICT had gevraagd waarom zij voor hun studie hadden gekozen, vroeg een van de studenten aan mij waarom ik voor een baan als bestuurder van Fontys had gekozen. Kijk, daar houd ik nou van. Goede vraag! Ik had gelukkig al wat kunnen oefenen die week, dus het antwoord rolde er soepel uit: ik vind het leuk om een complexe organisatie met een duidelijke opdracht telkens een beetje beter te laten functioneren.

Er toe doen, daar krijg ik energie van.

 

FavoriteLoadingVind ik leuk

Over Joep Houterman

Joep Houterman (1962) is sinds 1 augustus 2018 lid van het College van Bestuur. Binnen het CvB is Joep verantwoordelijk voor Onderwijs & Onderzoek, Internationalisering, Kwaliteitszorg & Audit, en Marketing & Communicatie. Ook is hij verantwoordelijk voor de instituten van het domein Mens en Maatschappij en Techniek. Hij vertegenwoordigt Fontys in de regio Tilburg. Joep is een ervaren onderwijsbestuurder. Voordat hij bij Fontys begon, was hij vice-voorzitter van het College van Bestuur van 'groene kennisinstelling' Aeres. Daarvóór was hij onder meer directeur bij Nuffic en manager/directeur bij Stoas Groep. In 1987 rondde Joep zijn studie zoötechniek (tropische veehouderij) af aan Wageningen Universiteit.