Ieder jaar vragen scholen ouders om een vrijwillige ouderbijdrage, bijvoorbeeld vijftig euro voor het schoolreisje en andere activiteiten. Niet alle ouders betalen. Sommigen kunnen het niet, anderen willen het niet. Toch gaan alle kinderen mee. Sinds 2021 staat dat in de wet: een school mag een kind niet uitsluiten omdat de ouders niet hebben betaald.
De ouders die wél bijdragen betalen dus mee voor de kinderen van ouders die dat niet doen. Ze kennen elkaar niet en weten niet wie wel of niet betaalt. Dat hoeft ook niet, want de afspraak ligt vast. Dat noem ik institutionele solidariteit: solidariteit die niet afhangt van wie er toevallig bereid is om te helpen, maar die is vastgelegd in regels en afspraken.
Wanneer ik vertel dat ik onderzoek doe naar solidariteit, denken mensen vaak aan naastenliefde, vrijwilligerswerk of donaties. Dat hoort er ook bij. Mijn onderzoek gaat over een specifiek deel daarvan: hoe organiseren we solidariteit? Ik bouw daarbij voort op het werk van socioloog Siegwart Lindenberg. Hij onderzocht welke sociale mechanismen ervoor zorgen dat mensen bijdragen aan iets waar ook anderen van profiteren. Dat is belangrijk voor brede welvaart: een regio kan economisch groeien terwijl een deel van de mensen niet meer mee kan doen.
Verenigingen zijn een goede plek om dit te onderzoeken. Elke vereniging heeft statuten. Daarin staat dat leden contributie betalen, wie het bestuur vormt en hoe besluiten worden genomen. Wat er gebeurt als een lid de contributie niet kan betalen, staat er meestal niet in. Dat vullen verenigingen zelf in, en dat doen ze heel verschillend. De ene vereniging heeft een vaste kortingsregeling of verwijst leden naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Bij de andere scheldt de penningmeester stilletjes de contributie kwijt. Vertrekt die penningmeester, dan verdwijnt de regeling met hem.
Daarnaast speelt de vraag hoe ver die zorg reikt. Een vereniging kan goed voor haar eigen leden zorgen en weinig oog hebben voor mensen die geen lid zijn, bijvoorbeeld omdat ze de contributie nooit hebben kunnen betalen. Ook worden afspraken pas echt getest als het geld krap wordt of belangen botsen, zoals wanneer de contributie omhoog moet.
Dat onderzoek ik bij een zestal verenigingen in de Brainportregio: hoe ver hun solidariteit reikt, hoe ze die hebben georganiseerd en of die overeind blijft als het moeilijk wordt. Per vereniging spreek ik met bestuursleden, leden, vrijwilligers en iemand van buiten de vereniging. Het is geen ranglijst en er is geen prijs voor de meest solidaire vereniging. Elke deelnemende vereniging krijgt een analyse van haar eigen gesprekken terug. Daarnaast verzamel ik voorbeelden van wat goed werkt, zodat verenigingen van elkaar kunnen leren. Die voorbeelden deel ik alleen met toestemming van de betreffende vereniging.
Bereidheid om elkaar te helpen is er in veel verenigingen genoeg. De vraag is of die bereidheid ergens is vastgelegd, of dat ze vertrekt met de penningmeester.
Wil jouw vereniging in Eindhoven meedoen of meer weten?
Neem contact op via d.vandenenden@fontys.nl
Gebruikte bronnen

Vind ik leuk
Over Dries van den Enden
Sr. Docent Fontys - iFontys/Innoversity lid - Oprichter van de minor Data Driven Business Lab - Praktisch onderzoeker naar Hybride onderwijs (waar student, docent en werkveld van en met elkaar leren).
- More Posts(42)