Ik las ooit dat taal het verschil aanwijst tussen mens en dier. Natuurlijk hebben dieren ook een taal. Maar het concrete verschil zit ‘m in het feit dat mensen over verleden, heden en toekomst kunnen praten. Dieren communiceren met name in het nu, wat er op dit very moment gebeurt. Dat maakt eveneens dat alleen mensen zich bewust zijn van de dood (Bron? Een suffig tijdschrift bij de huisarts…).

Enfin, taal is iets unieks. Het verbindt ons, mits we het goed gebruiken. Laat dát nou juist het grootste heikel punt zijn voor de mens. Hoe vaak we aan ons doel voorbij gaan. Niet uit je woorden komen, dingen verkeerd zeggen of juist verkeerd interpreteren. En dan is er nog lichaamstaal dat ondersteunend zou werken voor de boodschap die je wil overdragen of ontvangen. Sommige communicatie-coaches zweren bij bodylanguage. Echter, de enige bodylanguage die ik spreek is salsa.

Met nog een paar weken op de planning loopt mijn inbox aardig vol. Met e-mails van studenten die opdrachten niet (meer) begrijpen. ‘Wat moeten we nou precies inleveren?’ Ik heb mezelf inmiddels aangeleerd om eerst een uur te wachten voordat ik reageer. In het kader van taal verkeerd interpreteren. Ik verwijs ze keurig naar de portal waar alle handleidingen en opdrachten al maandenlang voor ze klaar staan. Misschien zien ze door de bomen het bos niet meer. Of liever, zien ze door de woorden de boodschap niet meer. Dat zeggende, ik zou weleens willen weten hoeveel tekst ík op een dag lees. Hoeveel ik praat op een dag en hoeveel daar van nuttig is. Écht nuttig.

Het herinnert me aan mijn rondreis in Azië, waaronder Bali om precies te zijn waar ik op een school vrijwillig een Engels les verzorgde. Mijn Indonesisch kwam niet verder dan kupu-kupu. De leerlingen konden hun leeftijd en lievelingseten in het Engels zeggen. Uiteindelijk gaf ik drie uur les en benoemden de leerlingen aan het einde alle dagen van de week in het Engels en leerde ze mij een traditionele Balinese dans.  

In hetzelfde suffige tijdschrift stond eveneens dat het Nederlands een behoorlijk lastig taal is om te leren. Ik denk aan de vluchtelingen, asielzoekers en migranten. Ik denk aan Máxima en zelfs mijn eigen vader. Waarvoor de Nederlandse taal (lees = spreekwoordelijke taal) in sommige gevallen nog verdomde lastig kan zijn. Zo introduceerde mijn vader de term ‘feestelijk varken’

In het onderwijs wordt er flink wat gepraat, gekletst, vergadert, geschreven, gezeikt, gelezen, gehoord, gesproken, gedacht. Waarvan ik mij afvraag hoeveel daar echt nuttig van is. Zo heeft dit artikel bijvoorbeeld totaal géén meerwaarde voor uw persoonlijke ontwikkeling. Niet dat een blog daar perse voor bedoeld is. En toch heeft u het net gelezen. Nog meer woorden, bijna 500 om precies te zijn die ik heb toegevoegd aan de duizenden woorden die u dagelijks hoort/leest/spreekt/denkt.

Taal verbindt ons, schreef ik 394 woorden geleden. Dat is echter pas vóórdat we aan de obstacle run van miscommunicatie starten. Het is niet de Nederlandse taal die ons verbindt, maar de taal van de wereld. Que?  

LOVE <3 LOVE <3 LOVE <3 !!!

Hasta la vista,
Alisa

 

[1] ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ (2009) geschreven door Paulien Cornelisse.

 

FavoriteLoadingVind ik leuk

Over Alisa Lalicic

Binnen de opleiding Pedagogiek te Tilburg werkzaam als onderwijs-onderzoeksassistent. Ik praat veel en denken doe ik nóg meer. Een blog biedt uitkomst 🙂 Verder houd ik van bakken, hardlopen, muziek luisteren, buiten zijn, de wereld ontdekken en ben ik altijd nieuwsgierig naar de mensen om me heen. De blogs geven een kijkje in de wereld in wat mij bezig houdt.