Ik ben niet zo’n buren-mens. Toevallig weet ik wie er links en rechts van me woont en ik ken enkele mensen van de eerste verdieping. Sommige ken ik alleen van zien of kom ik tegen in het fietsenhok. Dus óf ’s morgens vroeg als ik haast heb, of laat in de middag als ik moe ben en honger heb. Meer dan een ‘hoi’ of een knik komt er dan niet uit. In principe zijn buren net als familie, die kies je niet. Echter, beter een goede buur dan een verre vriend. Maar hoe dichtbij mag een buurman komen?

‘Is Katja er ook?’ vraagt hij. ‘Ja maar die slaapt. Kan ik u misschien helpen?’ stel ik voor. Hij mompelt wat, draait voor de deur en vraagt dan uiteindelijk of even wil komen. ‘Mijn vrouw is gevallen.’ Als ik zijn keuken binnenloop zie ik de buurvrouw languit op de grond liggen. Met veel pijn en moeite help ik haar overeind. Dit gebeurt vervolgens nog een paar keer totdat ik iedere ochtend iemand van de thuiszorg voorbij zie lopen. Mijn huisgenoot Katja en ik zijn gediskwalificeerd.
‘Ze is nu in het hospice op de Bredaseweg.’ Hij overhandigt mij een zak aardappels en een knolselderij. Bedankt? Sterkte? Koffie? Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen. ‘Oh dat is heel vervelend maar hopelijk wel het beste voor mevrouw’ probeer ik. Hij staart naar de grond en zegt iets onverstaanbaars. Uiteindelijk besluit ik hem een magnum te geven. Dat vindt ie lekker.

‘Gister om vijf voor twaalf is ze overleden, nu sta ik er alleen voor’ zegt hij met een bibberende stem. Katja en ik staan allebei in de deuropening. Dat we het erg voor hem vinden en hopen dat mevrouw nu eindelijk rust mag vinden. Het is niet niks en we beseffen maar al te goed dat wanneer je 55 jaar met een geliefde bent samen geweest, alleen zijn erg moeilijk kan zijn.

Vanaf dat moment staat de buurman dagelijks voor de deur. Onze keukenkastjes staan inmiddels vol met tomatenpuree, uitjes, kruiden, zuurkool, paneermeel, aardappels. Van de week stond hij met een bakje waspoeder voor de deur. Of ik wist waarom er klonters in zitten.

Katja en ik nemen alle voedingsmiddelen aan, zwaaien naar hem als hij langs loopt en zuchten tegelijkertijd. Nog nooit was de buurman zo in our face aanwezig. ‘Och die oude man, is zielig hoor!’ zei laatst iemand tegen me. Dat is misschien ook wel zo, maar straks zitten onze keukenkastjes vol en wat dan?
Dat ik de buurman een fijn maatje gun. Waar hij leuke dingen mee kan doen en het verdriet van verlies van zijn vrouw er een beetje door kan vergeten. Tot die tijd nemen wij braaf de inhoud van zijn keukenkastjes aan.

 

FavoriteLoadingVind ik leuk

Over Alisa Lalicic

Binnen de opleiding Pedagogiek te Tilburg werkzaam als onderwijs-onderzoeksassistent. Ik praat veel en denken doe ik nóg meer. Een blog biedt uitkomst 🙂 Verder houd ik van bakken, hardlopen, muziek luisteren, buiten zijn, de wereld ontdekken en ben ik altijd nieuwsgierig naar de mensen om me heen. De blogs geven een kijkje in de wereld in wat mij bezig houdt.